Een hazenlipcorrectie is een lang behandeltraject dat kan duren tot het einde van de tienerjaren. Hoeveel operaties nodig zijn, hangt af van de ernst van de schisis en de klachten. Hieronder volgt een overzicht van het proces.
1. Eerste afspraak
Een schisis kan soms al bij de 20-weken-echo worden vastgesteld. Als dit niet gebeurt, wordt de afwijking direct na de geboorte of later ontdekt, bijvoorbeeld als een baby moeite heeft met drinken.
De behandeling begint idealiter kort na de geboorte. Correct voedingsadvies is in deze fase essentieel. De eerste operatie vindt plaats zodra je baby sterk genoeg is.
De behandeling wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd schisisteam. Dit team kan bestaan uit:
- Kinderarts
- KNO-arts
- Plastisch chirurg
- Kaakchirurg
- Orthodontist
- Logopedist
- Maatschappelijk werker
- Erfelijkheidsdeskundige
- Teamcoördinator
Tijdens het eerste consult bespreek je samen met de arts het behandelplan. Er wordt een persoonlijk schema opgesteld, met regelmatige controles tot je kind volwassen is.
💡 Tip: Schrijf je vragen vooraf op en neem ze mee naar het consult.
2. De operatie
Op de dag van de operatie moet je baby nuchter zijn. In het ziekenhuis ontmoet je de anesthesist, die uitleg geeft over de verdoving. Je mag bij je kind blijven tot het in slaap is gebracht.
- Lipsluiting: De eerste operatie gebeurt rond de leeftijd van drie maanden. Hierbij wordt de lip gesloten en, indien nodig, ook de neus gecorrigeerd. De ingreep duurt ongeveer twee uur en gebeurt onder volledige narcose.
- Gehemeltesluiting: Deze operatie vindt plaats tussen de 6 en 24 maanden. Voor de spraakontwikkeling is een vroege sluiting gunstig, maar soms wordt gewacht om de kaakgroei niet te verstoren. In dat geval kan tijdelijk een gehemelteplaatje worden aangemeten. Soms wordt het harde gedeelte van het gehemelte pas rond het vierde jaar gesloten.
- Vervolgoperaties: In de jaren daarna kunnen meerdere ingrepen nodig zijn. Rond het zevende à achtste jaar kan een bottransplantatie in de kaak nodig zijn. De sluiting van de tandenboogspleet gebeurt rond het tiende jaar. Eventuele cosmetische correcties volgen later.
3. De eerste week na de operatie
Na de operatie wordt je kindje naar de uitslaapkamer gebracht. Je mag erbij zijn zodra het wakker wordt. De eerste uren kan je kind slaperig, huilerig of misselijk zijn.
- Soms krijgt je kind armspalkjes om te voorkomen dat het aan de wond zit. Sommige ouders geven de voorkeur aan inbakeren.
- De meeste baby’s kunnen kort na de operatie weer uit een fles drinken. Borstvoeding is in overleg met de verpleegkundige mogelijk.
- Als je kind goed drinkt en geen koorts heeft, mag het meestal de volgende dag naar huis.
De wond kan wat nabloeden en de lip kan gezwollen zijn. Dit herstelt meestal snel. Je mag je baby in bad doen, maar zorg dat de wond niet nat wordt.